De Zweedse Taal

Woordenschat

Zweeds is een taal die door iets meer dan 10 miljoen mensen wordt gesproken. De meeste sprekers van het Zweeds wonen uiteraard in Zweden. In Finland spreekt een minderheid Zweeds.

Als zelfstandige taal bestaat het Zweeds zo`n 1000 jaar. Voor die tijd werd er in heel Scandinavië overal dezelfde taal gesproken. Het Zweeds behoort, evenals bijvoorbeeld het Noors, Deens, Duits, Fries, Engels en Nederlands, tot de Germaanse taalgroep. Dat betekent dat de geschiedenis van die talen eenzelfde oorsprong hebben, dat ze van dezelfde familie zijn. Maar al zijn ze familie, het betekent nog niet dat Zweden en Nederlanders elkaar moeiteloos kunnen verstaan. Een belangrijke oorzaak hiervan is de uitspraak. Als Nederlanders een Zweedse krant onder ogen krijgen, herkennen zij moeiteloos vele woorden, vooral als ze weten in welke context ze staan.

Voorbeelden

In een woord als sjuksköterksa herkennen we vrijwel onmiddellijk het woord ziek en de associatie met ziekenverzorger of verpleegster is snel gemaakt. Maar als we het woordbeeld niet voor ogen hebben, klinkt de Zweedse uitspraak van dat woord ons als Chinees in de oren. Hetzelfde geldt voor woorden als: stjärnan (de ster), förkyld (verkouden) of tvättmaskin (wasmachine).

Er zijn gelukkig veel Zweedse woorden die er (bijna) net zo uitzien als hun broertje of zusje in het Nederlands en waarvan ook de uitspraak niet zo veel verschilt. Voorbeelden zijn: hus, buss, hund, student, film of kaffe. Bovendien bestaat, net als in het Nederlands, de Zweedse woordenschat voor een belangrijk deel uit leenwoorden, vooral afkomstig uit het Frans en Engels. Ook met de betekenis van die woorden hebben Nederlanders veelal geen moeite, bijvoorbeeld: restaurang, toalett, promenera, paraply, jobb of cykel.

Uitspraak: klank en accent

Een belangrijk onderdeel van het leren van de Zweedse taal is dus het je eigen maken van de uitspraak. En dat lukt alleen door veel te luisteren en zelf `hardop` te oefenen. En dat is precies wat we in deze cursus doen.

De moeilijkheid zit `m er niet in dat het Zweedse alfabet drie letters meer heeft dan het Nederlandse ( namelijk de å, de ä en de ö), maar dat er klanken voorkomen die in het Nederlands helemaal niet bestaan. Bijvoorbeeld in woorden als sjuk (ziek), kyrka (kerk), sjön (het meer), känna (kennen, voelen), kors (kruis) of barn (kind), komen combinaties voor van klinkers en medeklinkers die onze mond – vooral tong, tanden en gehemelte – niet gewend zijn te vormen.

Muzikaal accent

Een tweede oorzaak van die lastige Zweedse uitspraak zit `m in het feit dat de Zweden hun lettergrepen uitspreken op verschillende toonhoogte. Het Zweeds is, in tegenstelling tot het Nederlands, meer een toontaal. De combinatie van verschillen in toonhoogte en klemtoon zorgt voor verschillen in betekenis tussen de lettergrepen en bovendien voor de muzikale mengelmoes die zo kenmerkend is voor het zangerige Zweeds. Om dat muzikale accent onder de knie te krijgen, is regelmatige oefening noodzakelijk.

Spraakkunst

Elke taal heeft een grammatica, een spraakunst: het stelsel van regels dat bepaalt hoe je de zelfstandige naamwoorden verbuigt, de werkwoorden in de diverse tijden vervoegt, hoe de structuur van de zinnen en zinsdelen in elkaar steekt, hoe de woordvolgorde is in de vragende, bevestigende en ontkennende vorm, en ga zo maar door.

Gelukkig voor degenen die Zweeds willen leren is de Zweedse spraakkunst niet ingewikkeld en zeker niet omvangrijk. De meeste grammaticaboekjes hebben, zowel in het Nederlands als in het Zweeds, een beperkte omvang.

In onze cursus is de aandacht voor grammaticale onderwerpen tot een minimum beperkt. Uiteraard zul je wel moeten leren hoe je in het Zweeds een werkwoord vervoegt en hoe een zelfstandig naamwoord wordt verbogen. Maar ook hier geldt weer: uitsluitend gericht op het gebruik in praktische situaties.